Vrienden Twitter Facebook Twitter

02.10.2004... 09.01.2005

John McCracken

Praktische info

periode: 02.10.2004... 09.01.2005

opening: 01.10.2004

locatie:
S.M.A.K.
Citadelpark, B-9000 Gent
T: +32 (0)9 221 17 03
F: +32 (0)9 221 71 09
E: museum.smak@gent.be
http://www.smak.be

catalogus

PERS - persdossier en beeldmateriaal

John McCracken

De Amerikaanse kunstenaar John McCracken (°1934, Berkeley, California) werkt al veertig jaar aan een coherent oeuvre dat nauw aanleunt bij de minimalistische strekking. Hij is het meest gekend om zijn eenvoudige, gekleurde volumes. Parallel aan deze monochrome volumes, realiseerde hij doorheen zijn oeuvre een reeks sculpturen in gepolijst staal die minder gekend zijn. Met deze tentoonstelling wil het S.M.A.K. dit minder gekende aspect van zijn oeuvre belichten en een twintigtal volumes in roestvrij staal samenbrengen. Deze sculpturen, die allen tussen 1985 en 2000 tot stand kwamen, zijn afkomstig uit Europese maar vooral Amerikaanse privé-collecties en werden nog niet in België tentoongesteld.

De basis voor de vormentaal van John McCracken ontstaat in het midden van de jaren ’60, parallel aan het werk van kunstenaars zoals Carl Andre, Donald Judd of Larry Bell. In zijn zoektocht naar het uitpuren van het kunstwerk komt hij tot de realisatie van monochrome, geometrische volumes die rechtstreeks in de ruimte staan. In 1966 komt hij tot de vorm waarvoor hij het meest gekend is, met name de ‘plank’: een simpele, langwerpige vorm die op de grond staat en tegelijk tegen de muur leunt. Het formaat van de ‘plank’ kan men als ‘menselijk’ benoemen, namelijk steeds een meter of twee hoog en een veertigtal cm breed. Parallel aan deze ‘planks’ maakt hij vrijstaande zuilvormen en geometrische volumes waarbij eveneens de eenheid primeert. Vanaf begin jaren ’80 maakt hij naast de levensgrote volumes ook kleinere, meer complexe geometrische vormen. Hier ontstaat er een optisch spel waarbij vanuit bepaalde gezichtspunten, bepaalde facetten lijken te verdwijnen en te verschijnen. Terwijl de grote werken verwijzen naar het menselijke lichaam, refereert hij met de kleine, vrijstaande sculpturen aan menselijke bewegingen. Omstreeks dezelfde periode ontstaan horizontale werken die op ooghoogte aan de muur opgehangen worden. Zelf zegt McCracken over zijn werk: “I wish the viewer to be aware of the situation in which the work is being regarded. At the same time to leave the familiar world and the familiar perceptual criteria. The viewers’ reactions and inner thoughts are entirely relevant, they are in a sense really part of what the work is, which is something like instruments, or devices, for consciousness to interact with. My work is about something. That might seem in contradiction to what minimalists have said about their work, but it is not: I am only including more of the picture, of matter, in my consideration of what a work is. My work is about something, but more primary than that, or more centrally, it is intended to be something.”

De oppervlaktes van de meeste van McCrackens werken bestaan uit een dikke laag polyester vermengd met lak en pigment. Ze bestaan uit monochrome, verzadigde tinten die, door de lak, in grote mate reflectief zijn. Ze zijn als brokken ‘kleur’ waarbij de materie haast uitgeschakeld wordt. Voor de kunstenaar zijn de volumes ‘mentale vormen’ die los van tijd en ruimte staan. De ervaring van de kijker in de tentoonstellingsruimte, die de vormen herkent als geometrische volumes, geeft ze betekenis. Volgens McCracken leren ze ons iets over onze omgang met de realiteit, over de grens tussen het mentale en de mensgemaakte wereld. Met het uitpuren van de volumes beoogt John McCracken ze niet enkel te neutraliseren, maar ze hierdoor terug te brengen naar een soort oervorm, een vorm voorafgaande aan de verschillende verschijningsvormen. Door de laklaag weerkaatsen de gekleurde volumes al enigszins het profiel van de toeschouwer. In een erg specifieke groep werken gaat de kunstenaar hierin nog een stap verder. Eind jaren ’80 en omstreeks 2000 realiseerde hij een reeks werken in gepolijst staal. Deze volumes bestaan uit roestvrij staal dat machinaal bewerkt is en perfect gepolijst werd. Deze werken zijn volledig spiegelend en weerkaatsen de omgeving en kijker. Ze lijken de omliggende ruimte te onderzoeken, deze om te keren en er een segment uit te snijden. Sommige van de vrijstaande zuilvormen in staal worden door hun eigenaars op buitenlocaties geplaatst. Ze reflecteren er de natuur en maken dat het werk zelf haast opgaat in de omgeving. Meestal worden ze echter in besloten private of museale ruimte getoond, waarbij ze de architectuur van de omgeving absorberen. Met deze tentoonstelling wil het S.M.A.K. zich focussen op de werken in staal. Enkele vrijstaande zuilvormen, een plank, horizontale muurwerken en kleinere geometrische sculpturen worden samengebracht in de middenzalen op de benedenverdieping van het museum. Doordat meerdere werken per zaal opgesteld worden, zullen de volumes niet enkel de ruimte en kijker maar tevens fragmenten van andere werken weerkaatsen.

Het werk van McCracken kan gerekend worden tot het Minimalisme. Toch is zijn werk kleurrijk en getuigt het gladde, gekleurde oppervlak van een zekere sensualiteit die vreemd is aan het werk van bijvoorbeeld Carl Andre of Robert Morris. De Minimal Art ontstaat midden jaren ’60 in de Verenigde Staten en zet zich nadrukkelijk af tegen elke vorm van compositie en persoonlijke uitdrukking. De kunstenaars van deze stroming willen geen werken maken waarbij de kijker zich kan verliezen in het schilderkunstige oppervlak. Dit resulteert in eenvoudige volumes uitgevoerd in materialen zoals multiplex, plexiglas of metaal, of machinaal vervaardigde standaardvormen zoals bakstenen, tegels of neonlampen. Volgens hen ligt de essentie van elk kunstwerk niet zozeer in het werk zelf, maar wel in de confrontatie tussen werk, kijker en omgeving. Door het werk zo simpel mogelijk te maken, willen ze de aandacht vestigen op de perceptie van de kijker en de verhouding van het werk tot de tentoonstellingsplek. De harde kern kunstenaars verbonden met deze stroming zijn Carl Andre, Dan Flavin, Donald Judd en Robert Morris, allen afkomstig uit New York. John McCracken kan gerekend worden tot een meer kleurrijke variant die terug te vinden is in de Los Angeles-regio en waartoe ook Larry Bell of James Turrell gerekend worden