Vrienden Twitter Facebook Twitter

10 jaar S.M.A.K.

06.05... 31.12.2009

Sinds woensdag 6 mei 2009 bestaat het Stedelijk Museum voor Actuele Kunst exact 10 jaar.

Dankzij de jarenlange inzet van de Vereniging voor het Museum van Hedendaagse Kunst, de visionaire doortastende houding van Jan Hoet en de juiste beleidsopties van het Stadsbestuur, kon het S.M.A.K. toen een tastbare werkelijkheid worden in een nieuw gebouw: het Casino aan het Citadelpark.

In die tien jaar tijd bracht het museum een aantal spraakmakende tentoonstellingen zoals Gelijk het leven is, Paul McCarthy, Over the Edges, Panamarenko of Michaël Borremans en is er intens verder gewerkt aan de belangrijkste collectie voor hedendaagse kunst in België. In de voorbije tien jaar heeft het museum ook haar rol waar gemaakt ten aanzien van de stad en neemt het de tijd om na te denken over de uitdagingen van de toekomst: TRACK in 2012 het Museumplein in 2013 en een mogelijke uitbreiding van het museum?

In DE STANDAARD op woensdag 6 mei 2009, van de redacteur Jan Van Hove:

"Tien jaar geleden opende het S.M.A.K. in Gent zijn deuren. Na een bewogen periode met een ophefmakende kunstdiefstal, een ontslagen directeur en een deficit, staat het museum voor zijn grootste uitdaging: uitbreiden om eindelijk voluit zijn collectie te tonen.

Het museum van de pioniersjaren, dat met heilig vuur voor zijn bestaan vocht, moest plaatsmaken voor een professioneel gerunde instelling

Pal naast het Stedelijk Museum voor Actuele Kunst (S.M.A.K.) in het Gentse Citadelpark staat al vele jaren een reusachtig gebouw te verkommeren. Terwijl het S.M.A.K. geen ruimte heeft om een behoorlijke selectie uit zijn kostbare verzameling van 1.800 kunstwerken permanent aan het publiek te tonen, wacht aan de achterdeur een uniek stuk industriële archeologie met een ruimte van twaalfduizend vierkante meter op een zinnige bestemming.

De Floraliahal, zoals dat gebouw genoemd wordt, is een overblijfsel van de wereldtentoonstelling van 1913 in Gent. Het was een van die tijdelijke constructies die achteraf nooit meer zouden weggaan, zoals het Atomium in Brussel of het paviljoen van Toyo Ito in Brugge. Weliswaar was het de bedoeling dat de immense hal na de wereldtentoonstelling zou worden overgebracht naar Leopoldstad, om aan de evenaar een tweede leven te beginnen als station. Maar de Eerste Wereldoorlog stak daar een stokje voor.

Is de Floraliahal een geknipte tentoonstellingsruimte? Op dit ogenblik beslist niet. Maar dat was de oude elektriciteitscentrale van Bankside aan de Theems in Londen ook niet, tot ze werd verbouwd door twee Zwitserse toparchitecten, Herzog en de Meuron. Zij maakten van de oude mastodont Tate Modern, een spectaculair museum van moderne kunst dat vorig jaar 4,9 miljoen bezoekers over de vloer kreeg.

De Vlaamse musea van hedendaagse kunst zijn verre van ideaal behuisd. Zowel het S.M.A.K. in Gent als het Muhka in Antwerpen en Muzee in Oostende moeten zich behelpen met gerenoveerde gebouwen die niet als museum werden ontworpen. Alleen het Macs op de oude mijnsite van Le Grand-Hornu biedt in ons land een eigentijdse architectuur met klasse voor de levende kunst. Als men in Gent de broodnodige uitbreiding van het S.M.A.K. eindelijk aanpakt, moet de lat hoog liggen. Alleen een internationale architectuurwedstrijd kan hier originele oplossingen bieden.

De uitbreiding van het S.M.A.K. is geen droom van kunstvrienden die in een ivoren toren leven. Ze is de oplossing voor het belangrijkste probleem dat het S.M.A.K. in zijn tienjarige werking ontdekte. Het huidige gebouw is niet groot genoeg om wisselende tentoonstellingen - die noodzakelijk zijn om in een museum van actuele kunst de vinger aan de pols te houden - te combineren met een bevredigende presentatie van de collectie. Kunstliefhebbers die naar het S.M.A.K. komen om er de beroemde werken van Beuys, Panamarenko, Broodthaers of Kabakov te zien, komen immers van een kale reis terug omdat die stukken meestal in het depot zitten.

Dat is niet het enige probleem dat de kop opstak. Het S.M.A.K. had in zijn tienjarig bestaan ook grote moeite met de opvolging van Jan Hoet, de stichter en eerste directeur van het huis. Het museum van de pioniersjaren, dat met veel enthousiasme en heilig vuur voor zijn bestaan en infrastructuur vocht, moest plaatsmaken voor een professioneel gerunde instelling die haar werking kan inpassen in het internationale milieu dat de kunstwereld is.

Daar komen zaken bij kijken waar de museumbezoeker nauwelijks een idee van heeft. Bijvoorbeeld: hedendaagse kunst is vaak van fragiele materialen gemaakt en stelt bijzondere eisen op het gebied van restauratie en conservatie. Inzake restauratie heeft het S.M.A.K. een benijdenswaardige knowhow verworven. Maar voor een goede conservatie is ook een klimaatregeling nodig die beantwoordt aan de internationaal aanvaarde normen van de Unesco. En die klimaatregeling is er nog altijd niet.

Men mag hopen dat het S.M.A.K. zijn groeipijnen achter de rug heeft. De ongelukkige opvolging van Jan Hoet, de diefstal van Panamarenko's Meikever en het deficit dat aan het licht kwam na de geslaagde maar peperdure tentoonstelling van de Amerikaanse kunstenaar Paul McCarthy, hebben het elan van het museum aangevreten. Maar de koers van de huidige directeur Philippe Van Cauteren, een voormalige medewerker van Jan Hoet, wekt vertrouwen. Het deficit zal trouwens op het einde van dit jaar volledig weggewerkt zijn.

De kunstliefhebbers hebben van onze musea van hedendaagse kunst nog niet gekregen wat ze mochten verwachten. Van belangrijke hedendaagse kunstenaars als Lucian Freud, Damien Hirst, Bill Viola en Gerhard Richter heeft ons land nog steeds geen representatieve tentoonstelling gezien. Zelfs interessante Belgische kunstenaars als David Claerbout vinden geen plaats op de affiches van onze musea.

Die musea mogen dan ook een flink stuk ambitieuzer worden en meer rekening houden met de rechtmatige verlangens van het publiek. De nieuwe internationale stadstentoonstelling TRACK, die in 2011 een parcours vol kunst zal aanleggen van de Dampoort naar het Sint-Pietersstation, doet hopen dat het S.M.A.K. als tiener zijn tweede adem vindt."